Categorie archief: Theorien

Kinderen van Rotterdam willen niet meer uit huis door Nieuwe Binnenweg

‘Als kind ben je niks zonder je ouders, zij zijn de mensen die je hebben opgevoed en die je hebben gevormd tot wie je vandaag de dag bent.’ De gemeente Rotterdam maakt die vergelijking met de door haar opgevoede studenten. De studenten voortgebracht door het educatieve aanbod van de stad zullen niet meer bij papa en mama weg willen gaan door de ‘revitalisering van de Nieuwe Binnenweg.’

Een van de belangrijkste kunstacademies in Nederland, de Willem de Koning Academie, is gevestigd in hartje Rotterdam en brengt veel jonge, creatieve ondernemers voort. Binnen de muren van deze academie worden studenten opgeleid tot toekomstige city-branders van de havenstad. De WDKA stelt zich open op: het netwerk van de school is het netwerk van de student en insgelijks. Het is een krachtige formule die ervoor zorgt dat vele creatieve projecten binnen de stad worden georganiseerd en geproduceerd door Rotterdamse studenten.

Het probleem van Rotterdam is dat de meerderheid van de studenten nog thuis woont bij papa en mama en vrijwel niks hebben met Rotterdam. Wat voordelig is voor de gemeente is dat de scholen hun netwerk openstellen aan de studenten, die voornamelijk beperkt zijn tot de stadsgrens. Op deze manier komen studenten direct in aanraking met het Rotterdamse en breiden ze hun netwerk voornamelijk uit in de havenstad. De student in Rotterdam krijgt dus feitelijk een netwerk op een dienblad geserveerd.

Wat gebeurd er met de student als hij of zij is afgestudeerd? Gaan ze weer terug naar de plek van herkomst of gaan ze gebruik maken van hun netwerk in Rotterdam? Als ze daar braaf ‘ja’ op zouden antwoorden dan is er de vraag ‘waar te beginnen?’ Vele studenten hebben de aspiratie om zelfstandig ondernemer te worden, vooral in Rotterdam.  Helaas is er in geen een stad ruimte voor iedereen en al is dat wel zo, dan is de culturele omgeving niet inspirerend genoeg. De gemeente Rotterdam heeft hier de oplossing voor gevonden die de komende tijd er voor gaat zorgen dat afstudeerders niet massaal de stad uit zullen stromen.

Uit een veiligheidsonderzoek van de deelgemeente Rotterdam blijkt dat het Nieuwe Westen (buurt in Rotterdam-West) de meest onveilige buurt is in de deelgemeente. Dit heeft voornamelijk te maken met de criminaliteit en de vele coffeeshops aan het begin van de Nieuwe Binnenweg (Mathenesserlaan). ‘De revitalisering van de Nieuwe Binnenweg Rotterdam’ onder leiding van projectleider Frank Belderbos is de oplossing die ervoor gaat zorgen dat de Nieuwe Binnenweg van haar slechte imago afkomt. Althans, het aantal coffeeshops en belwinkels zullen afnemen en het aantal jonge ondernemingen zullen die winkels gaan vervangen. Op die manier wordt de straat ‘verjongd’ en zal de straat direct aantrekkelijker worden zodat bakfietsmoeders hun bakfietsen durven te parkeren.

De gemeente Rotterdam voorspelt dat binnen tien jaar de straat zal sprankelen van hippe jonge mensen met hun eigen winkels en dat er geen telefonie- of softdrugswinkels meer te vinden zullen zijn. De criminaliteit zal ruimte maken voor ‘de nieuwe lichting’ en volgens de omschrijvingen van de gemeente zal de Nieuwe Binnenweg op korte termijn de nieuwe Witte de Withstraat zijn.

Frank Belderbos is het niet eens met de voorspelling en het optimisme van de gemeente. Hij vertelt aan het NRC Handelsblad (30 Oktober 2011) dat “een straat die dertig jaar achteruit gekacheld is, niet in twee jaar opgelapt kan worden.” En dat is natuurlijk helemaal waar, er moet eerst een legitiem excuus komen naar de coffeeshop- en belwinkeleigenaren toe om ervoor te zorgen dat ze zonder duwen of trekken de Nieuwe Binnenweg verlaten. Zij zijn ten slotte de mensen die hun huur netjes betalen en een lege winkel vullen.  Om deze mensen de straat uit te jagen gaat zeker weten meer dan vijf jaar in beslag nemen.

Dan is er de vraag aan de gemeente Rotterdam wat we gaan doen. Gaan we nieuwe ondernemers de ruimte geven en proberen ervoor te zorgen dat ze onze mooie stad niet verlaten? En met die vraag komt de problematiek dat we onze multiculturele ondernemers op de Nieuwe Binnenweg de deur wijzen en zich moeten gaan vestigen buiten deze belangrijke straat. Is het multiculturele aspect niet meer het belangrijkste aspect van de stad wat Rotterdam maakt tot wie of wat ze is?

Het is een leuk initiatief maar erg lastig om het subtiel over te brengen en om het multiculturele karakter van Rotterdam in stand te houden. Als jonge ondernemer in Rotterdam zou ik ook wel een werkruimte willen hebben, maar ik heb geen voorkeur voor de Nieuwe Binnenweg per se. Uiteraard zullen deze ondernemingen een positieve bijdrage leveren aan het imago van de Nieuwe Binnenweg, maar heeft Rotterdam wel behoefte aan een tweede Witte de Withstraat? Al met al een lastige kwestie. Ik hoef niet in een winkelruimte te zitten met een schuldgevoel dat mijn voorganger is weggestuurd door de gemeente Rotterdam. Waar ik me als ondernemer binnen de stad Rotterdam wil vestigen bepaal ik zelf wel en als er geen ruimte is dan ga ik naar een andere stad. Uiteindelijk wil elk kind zelfstandig zijn en weg zijn van de ouderlijke omgeving, dat is het mooie aan volwassen worden.

Dit stuk is geschreven naar aanleiding van het artikel ‘Een straat vol hoop’ door Marleen Luijt in het NRC Handelsblad, 29 & 30 oktober 2011.

Eind September, Begin Oktober

Er zijn de afgelopen paar dagen een aantal dingen gebeurt die ik graag aan jullie wil laten zien via deze blog.

Afgelopen twee weken heb ik op mijn vrije dagen gewerkt in een Pop-Up Store van Top Notch en Bavaria (zie filmpje hierboven). Top Notch, de platenmaatschappij ging met Bavaria een samenwerkingsverband aan om een nieuw biersoort op de markt te brengen zonder een merk eraan te verbinden. Voor bezoekers was het dus ook onduidelijk van welk merk deze Pop-Up Store was. Alle merken die aanwezig waren in de winkel waren afgeplakt met gouden tape. Het filmpje hieronder licht het concept nader toe.

Ik heb twee weken, een aantal dagen, gestaan in de winkel in de Negen Straatjes in Amsterdam-Centrum. De Berenstraat 24 was het exacte adres, en omdat er geen merken verbonden werden aan het concept noemden we de winkel #Berenstraat24. In de winkel werden er meerde spullen verkocht: shirts, albums, boeken, jassen en vinyl van Top Notch artiesten. Daarnaast werd er aan de klanten gratis ingetapet blikjes bier weggegeven. De klanten hadden geen idee van welk merk alle artikelen in de winkel waren omdat alle artiestennamen, boekentitels en logo’s waren afgeplakt met gouden tape. Ook het bier was voor de klanten van een onbekend merk. Het biermerk dat op deze manier geïntroduceerd werd op de markt door middel van de Pop-Up Store is het biertje ‘Bavaria 8.6’.  Naast deze dagelijkse taferelen kwamen er af en toe wat Nederlandse hiphop-artiesten optreden in de winkel waar maar ca. 20 mensen per sessie bij konden zijn omdat de winkel ongeveer 12 vierkante meter was. Deze optredens en luistersessies waren dus erg intiem en alleen voor de echte fans. Dat maakte de sfeer heel goed!

De conclusie die ik kan trekken uit deze ervaring is dat een samenwerking tussen een platenmaatschappij en een nieuw biermerk, die toevallig dezelfde doelgroep hebben, een hele goede combinatie is. Het waren gezellige, succesvolle en leerzame dagen in de Pop-Up Store in de Berenstraat te Amsterdam. Maar dit project was niet het enige wat de afgelopen dagen lekker ging voor platenmaatschappij Top Notch. Een aantal maanden geleden kwam de film Rabat in de Nederlandse bioscopen. Rabat gaat over drie Marokaans-Nederlandse vrienden die in een taxi samen naar Marokko gaan. Hun doel is om de taxi af te leveren en vervolgens weer terug naar Nederland te reizen. Afgelopen week won de hoofdrolspeler van deze film, Nasrdin Dchar, een gouden Kalf voor ‘Beste Mannelijke Hoofdrol’ in Rabat. Deze film werd o.a. mogelijk gemaakt door platenmaatschappij Top Notch, die voornamelijk heeft geholpen met de muziek en marketing van deze film. Toen Dchar de prijs in ontvangst nam, gaf hij een zeer indrukwekkende speech die erg van belang is en zeer van toepassing op de Nederlandse kunst- en cultuursector! Zie hieronder.

Over deze speech wil ik zeggen dat ik de boodschap prachtig vind en dat ik het volledig eens ben met Dchar. In Nederland worden we steeds meer geïnjecteerd met een naald van angst. Deze naald is in de handen van ons rechtse kabinet waarbij de clown Wilders de touwtjes in handen heeft. Wilders probeert Nederland aan te praten dat we bang moeten zijn voor Moslims in Nederland en dat zij ons land in gevaar brengen. Ik kom zelf uit een omgeving van de Islam en ik heb veel Islamitische vrienden. De moslims in mijn vriendenkring zijn ook mijn beste vrienden. Doordat ik vanaf mijn geboorte met verschillende religies en etnische afkomsten in aanraking ben geweest heb ik nooit een onderscheid gemaakt tussen rassen of geloofsovertuigingen. Alle mensen zijn in de wereld gelijk aan elkaar en niemand hoeft bang te zijn op basis van vooroordelen.

Wat Dchar probeert te zeggen is dat we in zo’n maatschappij leven in Nederland. Helaas geldt dit voor heel Europa. Maar we gaan langzaamaan vooruit. Wie had er ooit gedacht dat de moslims, die na 11 september 2001 bevooroordeeld werden door niet-moslims als terroristen, tien jaar na 11 september prijzen zouden pakken? We mogen trots zijn op het feit dat Dchar is blijven dromen en dat zijn droom nu uiteindelijk is uitgekomen. Nederland gaat steeds een stapje vooruit: hoe toleranter hoe beter. Als het tolerantieniveau nog hoger te krijgen is, wordt Nederland een stuk volwassener en ben ik misschien ooit nog trots om een Nederlander te zijn net als Dchar toen hij het Gouden Kalf won.

Muzikale romantiek is stervende

Steeds meer mensen zeggen dat muziek niets meer is dan een MP3 bestandje. “De beleving is weg, er is geen romantiek meer.” zegt 3VOOR12-journalist Erik Zwennes.

De wereldwijde muziekindustrie is aan het digitaliseren en Nederland is hier een van de koplopers van. De Nederlandse muziekindustrie heeft haar hele archief inmiddels op iTunes en Spotify gezet zodat het voor alle gebruikers makkelijk te vinden is. Norbert Plantinga, baas van Universal Music Nederland blikt al snel vooruit: “Wij hebben mensen in dienst om de muziek te digitaliseren. De mensen die we in dienst hebben zien we als een investering in de toekomst.” Ooit zal er een moment komen dat de volledige muziekindustrie, wereldwijd, is gedigitaliseerd: een gebeurtenis waar een deel van de muziek zal sterven.

De muziek is er, al is dit in de vorm van een MP3-bestand, maar het kunstwerk eromheen wat het plaatje compleet maakt zal verdwijnen. Het lijkt erop dat niemand meer muziek zal kunnen vasthouden, er zal geen fysieke muziek meer aanwezig zijn op de markt. Mensen zullen niet meer een platenzaak in het winkelcentrum kunnen vinden en mensen moet massaal computers aanschaffen met iTunes en Spotify erop: dit is het scenario wat de toekomst blijkt te schetsen, maar toch is het niet zo.

“Vroeger zeiden we dat de televisie de positie van de radio zou overnemen, maar wees nou eerlijk: radio is nog steeds even groot als vroeger.” zegt Paula van den Elsen van de VPRO. “Ook zeiden we dat de compact-disc de langspeelplaat zou overnemen, en dat terwijl vinyl nu meer verkoopt dan tien jaar geleden.” Allemaal feitjes op een rijtje, platenzaken in Europa maken steeds meer ruimte voor vinylverkoop omdat het nu beter verkoopt dan cd’s. Misschien ligt het dan toch aan cd’s. Volgens veel journalisten zijn cd’s de grootste hel op aarde. “Het design is lelijk, en het plastic is niet aantrekkelijk om in huis te halen. Het experiment van de jewelcase was nog erger.” vult van den Elsen aan.

Het is de kunst van de muziekverkoop. Muziek is veel meer dan een MP3-bestand en dat zal voorlopig wel zo blijven. Er zullen steeds nieuwe generaties ontstaan die de fysieke muziek levend zullen houden, al is dit in de groeiende populariteit van vinyl bij jongeren, of het opnieuw uitvinden van aantrekkelijk album-art en special editions van albums. De hele belevenis van muziek om de MP3’s heen is er nog steeds, maar moet zo aantrekkelijk mogelijk op de markt worden gebracht. Op die manier kan muziek weer aantrekkelijk worden en verdwijnt de romantiek van een blokje om naar de platenzaak niet.

Muziek zal altijd blijven bestaan in de fysieke vorm: het kan simpelweg niet verdwijnen. Als het zou verdwijnen zou de consument niet genoeg geprikkeld zijn om muziek te kopen want de belevenis en de ‘romantiek’ zal dan dusdanig verdwijnen. Fysieke muziek zal een eigen marktniche vormen, en dat geldt ook voor digitale muziek. In de geschiedenis van media zie je ook duidelijk dat zowel radio als televisie een marktniche zijn geworden: dit kan ook gemakkelijk binnen de muziekindustrie gebeuren. Op dit moment is de vinyl op de markt de best functionerende marktniche van de muziekindustrie. Als de compact-disc nog even gas geeft en zichzelf beter kan presenteren zou deze niche ook een groei kunnen beleven. Fysieke muziek zal voortleven.

De dynamiek van Britpoppers the Bohemes

Den Haag maakte afgelopen vrijdag haar borst nat voor een van de meest gewilde bands uit de Haagse Britpopscene. The Bohemes bestaan al best een tijdje, namelijk sinds 2008. Het nieuwe album,’To The Ears Of The Night’, werd gepresenteerd: een nieuwe drummer en een totaal vernieuwde sound. Next-level Indie.

Ik loop van het podium af en de band begint direct met het eerste nummer. Het publiek staat duidelijk te trappelen voor de nieuwe songs van deze zeer gewilde band uit de Haaglanden. De muziek kicked erin, en de dynamiek van de band is gelijk duidelijk herkenbaar. De invloeden van de band bestaan uit the Smiths, the Beatles en the Jam. Eigenlijk alle bands van voor de jaren ’80 die met ‘the’ beginnen. Ook komen sommige nummers heel erg in de buurt van het oudere Clash-werk. De topics van de songs neigen ook naar deze bands, maar dan in een modern jasje. “Dit maakt ons niet gelijk een moderne band.”

En de heren hebben gelijk. Hun muziek is verre van modern, het is daarentegen wel heel erg innovatief. Hun sound is zeer te omschrijven als de muziek daterend uit de periode van de opkomst van punk, britpop in de mix met een klein vleugje Kings of Leon. De special effects die worden gedirigeerd door Henk Koorn achter de geluidsknoppen zijn onbeschrijfelijk strak getimed. Het hele publiek wordt als het ware ondergedompeld in de live tracks van hun nieuwe album. Alle toeschouwers staan met een tunnelvisie te staren naar het podium van begin tot eind. Terwijl iedereen staart is het ook onmogelijk om stil te blijven staan of om geen lijntje cocaïne te nemen. De cocaïne is trouwens niet per se nodig, die high krijg je al van de entertainende show van de vier heren.

Al met al zijn the Bohemes een terecht begrip in Den Haag. Ze hebben een eigen sound, die nog verder is ontwikkeld: verder dan ooit tevoren. De jongens hebben een uitstraling van vier popsterren met de juiste instrumentbeheersing. De show is zeker rock & roll met veel drugs en een vleugje sex. Niet alleen de vrouwen worden warm van the Bohemes, ook de mannelijke oren raken verzadigd van de fijne tonen die zich hebben verspreid vanaf het podium van de Supermarkt in Den Haag.

http://thebohemes.com/

Cut Out The Middle Man

Het zijn skeere tijden, dat zeker. De gesubsidieerde kunstenaar kan niet langer door het leven met het bijvoeglijke naamwoord gesubsidieerd. Maar de kunstenaar geeft nooit op,  de zoektocht naar alternatieven kan beginnen.

De popconcerten blijven het populairst onder de consumenten. Bij een besloten popconcert worden de meeste inkomsten gehaald uit de kaartverkoop en bierconsumptie. De gratis festivals draaien alleen maar op subsidies en bierconsumptie. Bier is dus erg belangrijk voor de festivals, maar de subsidies spelen een grotere rol. Hoe meer subsidie hoe beter, maar over een jaar of tien zal subsidie nietszeggend zijn.

De gratis festivals gaan op zoek naar alternatieven als subsidiegevers verdwijnen. Dit is een goed idee omdat de tussenpersoon verdwijnt. De rijke ondernemers die geld doneren aan fondsgevers als Fonds1818, die veel jongerenprojecten ondersteund door heel Nederland, kunnen rechtstreeks festivals ondersteunen. Maar ook kunnen grote commerciële ketens festivals steunen door middel van financiële sponsoring.

Het is doodzonde dat subsidie niet meer zal bestaan over een paar jaar, maar de oplossingen voor dit probleem liggen voor het oprapen. Veel gemakzuchtige kunstenaars zullen klagen dat het nooit meer zo makkelijk zal zijn om aan geld te komen als voorheen, maar een beetje moeite doen voor je geld daar is niks mis mee. Ik ben tegenstander van het verdwijnen van subsidies, maar ik ben een voorstander van creatieve initiatieven en innovatieve oplossingen.