Categorie archief: Fieldtripverslag

Verhuisd!

Advertenties

Uniek ondernemerschap en gewaagde stappen: Wereldmuseum Rotterdam neemt alternatieve route

Op negen augustus dit jaar schrijft de Volkskrant dat het Wereldmuseum in Rotterdam op het punt staat om zes miljoen euro binnen te halen door een deel van de collectie te verkopen. Een museum met zes miljoen in handen, dat kom je niet vaak tegen. Het Wereldmuseum in Rotterdam is een van de meest slimme musea in Nederland als het gaat om inkomsten genereren en geld slim uitgeven.

Het Wereldmuseum is gevestigd in een gebouw uit 1851, dat oorspronkelijk was gebouwd voor de Koninklijke Yachtclub waar prins Hendrik voorzitter van was. Door deze chique uitstraling van het museum krijg je al gelijk de indruk dat het bestuur beschikt over een grote pot met geld, en dat klopt helemaal.

Een paar jaar geleden moest het Wereldmuseum – zoals alle andere musea in Nederland – snijden in de uitgaven. Het Wereldmuseum besloot destijds om 60% van het personeel te ontslaan: dit was een wijze keuze. Een paar jaar later werd het Wereldmuseum zo succesvol dat het personeelsbestand verdubbeld kon worden. De vraag is: hoe houdt het Wereldmuseum zijn broek omhoog?

Het restaurant van het Wereldmuseum is het eerste deel van het antwoord. In 2010 won het restaurant van het Wereldmuseum de Gouden Pollepel, een van de hoogste onderscheidingen op culinair gebied. De jury van de prijs noemde het restaurant ‘het culinaire walhalla’ en gaf het een 9- als eindscore. Ook al is het restaurant gekoppeld aan het Wereldmuseum, het wordt meer als aparte en losse motor gezien. Dit restaurant is een van de meest gewilde restaurants in Nederland en om aan een tafel te kunnen komen moet je minstens een maand van tevoren reserveren. Je kan dit restaurant omschrijven als ‘exclusief’.

Naast de allure van het restaurant, heeft het museum ook een van de meest uitgebreide en professionele museumwinkels in Nederland. Deze winkel heeft een ontzettend breed assortiment en verkoopt de mooiste spullen als het neerkomt op Afrikaanse en Aziatische relikwieën. De kas van de winkel is een andere kas dan die van het museum. Structureel gezien is de winkel een apart orgaan binnen het museum. Ook staat er inmiddels een kleine boekenwinkel die alle noodzakelijke literatuur op het gebied van antropologie in de kast heeft staan.

Er zijn, zoals je kunt lezen, meer dan genoeg inkomstenbronnen voor het Wereldmuseum Rotterdam. Een van de grootste inkomstenbronnen is het lidmaatschap van de VIP’s. Als je veel geld hebt, kan je lid worden van de VIP-club van het museum. Je betaalt 5000 euro per jaar wat als donatie wordt beschouwd voor het museum. Je mag als lid gebruik maken van de VIP-ruimte op de eerste verdieping en de skybox waar je een mooi uitzicht hebt op de Rotterdamse skyline.  Waarschijnlijk vraag je je af wie er zo gek is om dit bedrag hiervoor neer te leggen? Dat zijn voornamelijk advocaten, bankiers en andere grootverdieners die in de buurt van het museum gevestigd zitten.

De stichting van het museum die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel is een goed doel. Dit houdt in dat bezoekers geld kunnen schenken aan een goed doel, wat ook weer een positief effect heeft op de inkomsten uit subsidies van het publiek. Door de subsidies en de stortingen voor de stichting genereert het Wereldmuseum weer een ontzettend grote inkomstenbron.

Een andere grote inkomstenbron is de balzaal. Deze heeft een gigantisch oppervlak en een heel erg ouderwets-chique uitstraling. De balzaal wordt kaal verhuurd voor 3000 euro per evenement waarbij alles geleverd wordt door het Wereldmuseum: van catering tot aan de techniek. De verhuur van deze balzaal zorgt voor een gemiddelde omzet van vier miljoen euro per jaar.

Vroeger maakte het Wereldmuseum gebruik van aparte voorstellingen voor het theater, toen het theater nog ‘de Evenaar’ heette. Tegenwoordig wordt het kleine, intieme theater alleen nog maar gebruikt voor gerelateerde tentoonstellingen. Helaas vormt dit theater geen aparte inkomstenbron meer.

“Het Wereldmuseum onderzoekt de mogelijkheden om verder te gaan als een museum gericht op kunst uit Azië. Door het afstoten van ‘mindere’ kunstwerken en de Afrika-collectie hoopt Bremer een kapitaal op te bouwen van tientallen miljoenen euro. Het rendement daarvan wil de directeur in de exploitatie steken, zodat het Wereldmuseum minder afhankelijk wordt van subsidies.” – Volkskrant 9 augustus 2011.

Het Wereldmuseum heeft een ontzettend kapitaal aan kunstschatten. In tijden van bezuinigingen is het museum van plan om een aantal onderdelen van de collectie te verkopen om verminderende subsidies te compenseren. Ook al zijn de inkomsten de afgelopen jaren ontzettend toegenomen door het succes van de horeca en de VIP-lidmaatschappen, het Wereldmuseum wil geen een stuiver uit het oog verliezen. Ze willen als museum altijd ‘safe’ zitten en zoveel mogelijk geld binnenhalen zodat ze nooit in financiële problemen zullen raken.

Door de bezuinigingen is het museum zich wel meer gaan richten op twee continenten. Ze zijn inmiddels gespecialiseerd in Afrika en Azië die gezamenlijk het aanbod vormen. De gedachtegang is dat de wetenschap behouden wordt maar dat je niet alle exposities per se tegelijk hoeft uit te voeren. De huidige collectie heeft onder meer tentoonstellingen van Afrika, Amerika, Japan en Tibet. Deze collecties zorgen gezamenlijk voor genoeg publiek. Doordat het museum zich meer richt op authenticiteit in plaats van educatie (voor kinderen) komt er ook voornamelijk een serieus publiek op het museum af, die ook bereid zijn om geld te doneren aan het museum.

Er mag geconcludeerd worden dat het Wereldmuseum in Rotterdam een heel erg slim museum is. In crisistijden waar musea zal verdwijnen blijft het Wereldmuseum rechtop staan en dat heeft te maken met het feit dat ze niet lui zijn. Ze zijn proactief, creatief en zorgen ervoor dat het geld- met of zonder subsidies – binnen blijft komen. Nederlandse musea mogen een voorbeeld nemen aan deze unieke ondernemer, meneer Bremer.

Beeld: David Koster

Sir Stanley Spencer in Kunsthal met ‘Schilderkunst Tussen Hemel en Aarde’

Deze expositie in de Kunsthal, Rotterdam is mijn eerste kennismaking met deze Britse schilder.

Wat ik verwachtte van deze expo was een redelijk duistere tentoonstelling van schilderwerken uit de 19e eeuw ongeveer. De flyer van de expo is heel erg duister, en er staat een man op die niet zo vrolijk kijkt. Door de kunsthal is er voor gekozen om een portret van een onbekend persoon op de flyer te zetten, wat uiteindelijk Spencer zelf blijkt te zijn. Dit maakt mensen wel nieuwsgierig naar de expositie maar ik ging er zelf van uit dat er alleen maar portretten van mensen zouden hangen. Dit was niet het geval en ik zat er helemaal naast.

Self Portrait – 1939

De naam ‘schilderkunst tussen hemel en aarde’ geeft wel wat hints over de onderwerpen van de expositie.  De schilderwerken hebben duidelijk iets te maken met Bijbelse verhalen want anders zou de titel niet helemaal kloppen. ‘Hemel’ is een bijbels begrip en aarde is de planeet waarop we leven. Dit betekent dat er een grens loopt tussen gelovigen en ongelovigen. Ik dacht zelf dat de expositie hierover zou gaan, en gedeeltelijk klopt dit. Hij belicht meer de hemel dan de hel en benadrukt het ‘mooie’ zoals broederschap en liefde.

Het eerste portret dat ik zie is een zelfportret van Spencer. Het is een portret van deze artiest op jonge leeftijd. Het heeft iets weg van een stripfiguur, maar dan heel erg realistisch. Het schilderij lijkt net een foto met een komische draai wat ik heel erg mooi vind.

We worden vervolgens rondgeleid door de jonge gids van de Kunsthal. Ze is jong, maar ze weet veel van de expositie en vertelt het verhaal ook met een zeer duidelijk aanwezige passie en liefde voor Sir Stanley Spencer. De kunstwerken die ze laat zien zijn erg interessant. Het tweede kunstwerk wat we te zien krijgen speelt zich af op een agrarisch landschap. Het is een Bijbelverhaal maar het speelt zich af in het dorp waar Spencer vandaan komt, namelijk Cookham. Het is best grappig om te zien hoe een bescheiden Britse jongen diverse Bijbelse verhalen kan laten afspelen in zijn eigen geboorteplek.

Dinner on the Hotel Lawn – 1956

Ook wordt er verteld over meer dan allen de verhalen achter de schilderijen, en wordt uitgebreid verteld over het leven van Spencer. Hij kwam uit Cookham maar studeerde in de grote stad: hij bleef kosten wat het kost in Cookham wonen. Hij ging ook trouwen in Cookham, nadat hij in het leger heeft gezeten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Spencer heeft veel inspiratie gehaald uit zijn levenservaring, met name de oorlogen die hij heeft meegemaakt. Hij heeft zichzelf door zeer droevige tijden heen gesleept en dat verklaart het droevige zelfportret op de flyer van deze expositie. Ook veel stukken van Spencer gaan over de oorlog. In het stuk hiernaast, genaamd Travois Arriving with Wounded at a

Dressing Station at Smol, Macedonia, September 1916, wil Spencer een ander beeld over de oorlog naar buiten brengen dan zijn concurrenten. Hij wil met dit werk uitbeelden dat er veel sprake is van broederschap in het leger. Je ziet mensen op brancards liggen en een groot licht in een kamer wat een teken van hoop is. Je ziet daarentegen geen bloed of open liggende wonden, wat meeste schilders wel hebben achtergelaten over de oorlog. Spencer wou graag een ander beeld naar buiten brengen over de oorlog.

Het meest indrukwekkende werk van Spencer in de Kunsthal is naar mijn mening ‘The Ressurection’ uit 1926. De wederopstanding van Jezus en zijn volgelingen wordt afgebeeld op het plaatselijke kerkhof van Cookham. Dit werk van Spencer is gigantisch groot qua afmeting (ongeveer 3 bij 6 meter) en dat maakt een behoorlijke indruk. Het is zo confronterend om zo’n groot kunstwerk te zien en dan vervolgens alle details te bestuderen. Het werk van Spencer op zo’n gigantisch doek is echt tot in de puntjes verzorgd en verteld heel veel verschillende verhalen. Je kan daarom ook eindeloos lang kijken naar zo’n groot doek.

Resurrection, Cookham – 1926

In de Kunsthal hangen een aantal van Spencer’s werken die zo’n grote afmeting hebben. Die stukken vind ik het meest indrukwekkend van alle werken die er hangen. Deze gedetailleerde stukken van Spencer zijn ontzettend creatief en het lijkt net een fantasiewereld of illustraties uit kinderboeken. Zo is er een duidelijk verschil tussen de vrolijke, optimistische Spencer en de duistere, pessimistische Spencer: eigenlijk heel menselijk om twee verschillende eigenschappen uit te lichten en toe te passen in je werk.

Mijn ervaring was hoger dan mijn verwachting dus ik ben een tevreden mens. De expositie heeft me bijzonder verrast en ik was erg onder de indruk van de schilderstijl van Sir Staney Spencer. Ik zou zijn stijl omschrijven als realistisch, met een draai van gelukkige of droevige illustraties. Zoals ik al eerder zei, de manier waarop mensen worden vastgelegd doet me een beetje denken aan de illustraties van een stripboek. Misschien spreekt deze expositie zelfs hele jonge mensen aan, vanwege het ‘kinderlijke’ aspect van de illustraties. Sommige zijn een beetje somber waardoor kinderen sneller langslopen, maar dat is toch een kleiner aandeel van het aanbod.

125 Meesterwerken in 125 Jaar Wereldmuseum Rotterdam

Rotterdam, 4 oktober 2011. Op een dinsdagmiddag zijn we met de groep van de minor kunst- en cultuurmanagement naar het Wereldmuseum gegaan. Zonder enige persoonlijke verwachtingen heb ik me aangesloten bij de groep en zijn we het gebouw ingegaan.

We beginnen onze tocht in een chique kamertje, geverfd in het wit. Vervolgens komt er een wat oudere man voor de groep staan die zijn verhaal begint te vertellen. Zijn verhaal begint bij de oorsprong van het gebouw. Het gebouw is gebouwd voor de koninklijke familie in 1851. Om specifieker te zijn, Prins Hendrik was de voorzitter van de Koninklijke Yachtclub en daar werd het gebouw voornamelijk voor gebruikt. Het gebouw ziet er vanaf de buitenkant uit als een chique hotel net als het Des Indes in Den Haag, maar het gebouw werd voornamelijk voor edele evenementen gebruikt.

We krijgen vervolgens een rondleiding door het gehele gebouw waar alle activiteiten vanuit het verleden bijna als geesten staan afgebeeld op het interieur. Het is niet heel moeilijk om in te beelden wat er allemaal heeft afgespeeld in het gebouw in 1850. Het Wereldmuseum bestaat inmiddels 125 jaar en daarom exposeert het museum 125 meesterwerken uit het niet-westen (zoals ze het zelf noemen).

De 125 stukken die geëxposeerd staan in het Wereldmuseum zijn voornamelijk stukken uit het deel van de wereld wat wij de Derde Wereld noemen. De meeste zijn relikwieën van oude stammen uit Centraal-Afrika, Indonesië, India en Iran. De beleving die er wordt gecreëerd door paars- en bordeauxrood geverfde muren heeft iets weg van voodoo. Door de vele maskers, dolken en andere primitieve items lijkt het net een bijeenkomst van hekserij.

Wat er opvalt is dat al het werk door elkaar staat. Niks is opgedeeld in continenten, nee, alle werken staan door elkaar heen. Er is totaal geen overzicht, wat veel irritaties opwekt. Wat daarnaast wel interessant is, is dat sommige delen van de tentoonstelling opgedeeld is in tijdsvakken. Zo heb je bijvoorbeeld bepaalde relikwieën uit Congo wanneer zij door diverse koloniale bewinden bewoog. Zo heeft Congo door de jaren heen ongeveer vijf verschillende namen, als land, gehad. Dit is heel educatief, maar daarnaast zie je aan het werk met welk bewind ze bepaalde emoties uitten in de vorm van hun kunst destijds. Uiteindelijk is alle kunst die aanwezig is in het Wereldmuseum een uiting van emotie van een bepaald moment. Die momentopname en hoe mensen tegenover het bestuur van het land staan, maakt alle kunst heel erg boeiend.

Niet alleen Congo is door verschillende fases heengegaan, ook China heeft haar fases gehad. Zo heb je bepaalde dynastieën – een uitgebreide familie die macht uitoefent in een land – die in China ook vele emoties hebben opgeroepen bij diverse kunstenaars. Bijvoorbeeld bij de succesvollere, populairdere dynastieën is er meer gebruik gemaakt van goud in de relikwieën. Hoe meer dure materialen er worden gebruikt in een item, hoe succesvoller was het land in die periode. Heel erg interessant om dit onderscheid te kunnen maken.

Wat ik niet heb gedaan, en waar ik achteraf spijt van heb is het feit dat er ook een audiotour is waar ik geen gebruik van heb gemaakt. Het schijnt dat Jaap Polak (Tussen kunst en kitsch) alle kunstwerken toelicht via een koptelefoontje. Jaap Polak is een hele interessante verteller vind ik altijd zelf. Hij kan van iets, wat je totaal niet interesseert, een heel boeiend verhaal maken. Jammer dat ik dat niet heb gedaan, want ik had dan wellicht wat meer geleerd over alle aanwezige stukken.

Ik vond de tentoonstelling erg interessant, met name de Indonesische erg interessant omdat het te maken had met mijn roots. Bij sommige onderdelen was ik verbaasd over hoe er destijds wapens werden gemaakt of hoe de maskers ontwikkeld werden. Bij het overgrote deel van de tentoonstelling ben ik niet langer dan twee seconden blijven staan. Eerlijk gezegd zou ik niet naar deze tentoonstelling gegaan zijn als het geld had gekost, ik ben blij dat we gratis naar binnen mochten. De presentatie van deze meesterwerken vond ik grotendeels zeer saai, en mocht wel wat meer in de stijl van Naturalis: wat kindvriendelijker.

Foto’s zijn gemaakt door het Wereldmuseum Rotterdam. In het museum is het verboden om zelf foto’s te maken. Kijk voor meer info over het Wereldmuseum en haar tentoonstellingen op de website.

Jong Hiphop Op Een Voetstuk bij Homegrown 2011

Amsterdam, 22 september 2011. Op een prachtige zomeravond was het in de Melkweg tijd voor de spotlight om te schijnen op het jongste Nederlandse talent binnen het hiphop-genre. Platenmaatschappij Top Notch en Muziek Centrum Nederland presenteren gezamenlijk Homegrown 11. Zeven jonge Nederlandse hiphop-acts hebben de kans gekregen om zichzelf te presenteren op een Homegrown-album en op het podium van de legendarische Melkweg in Amsterdam.

De avond wordt gehost door zeker geen onbekende in Nederlands hiphopland, namelijk journalist en radiomaker Andrew Makkinga. Makkinga is die persoon die altijd bij De Wereld Draait Door aan tafel zit als het om Nederlandse hiphop gaat. Deze volksheld praat alle acts van Homegrown 2011 aan elkaar, hij is de juiste persoon daarvoor.

Dan maakt Makkinga plaats voor de eerste act, namelijk Ohjajoh?! Deze act bestaat uit een DJ en een rapper die gezamenlijk een trippend geheel brengen, die vervolgens moeilijk aankomt. Het is hele slome muziek waar je heel erg naar van wordt, niet echt mijn ding. Ik loop stiekem de zaal even uit.

De volgende act is al een heel stuk toegankelijker, dat is namelijk Per.Verz, ook een act die totaal niet bekend is in Nederland. Hij rapt heel erg helder en is goed te verstaan. Ook zijn beats zijn veel toegankelijker door de vele verschillende melodieën en verhalende tonen.

Elke act speelt een kwartier dus de show van Per.Verz is binnen no-time voorbij. De volgende act op het podium is een duo genaamd Kroons. En jongen en een meisje staan gezamenlijk raar te dansen op het podium terwijl het meisje zingt en de jongen rapt. De muziek is een beetje funky met lange uithalen van het meisje terwijl de jongen er kalm aan bij rapt. De show wordt afgewisseld met een paar dansroutines en intervallen van muzikale solo’s en bridges.

Freez – Foto: David Koster

De volgende persoon die het podium mag betreden is een wat grotere naam in het Nederlandse hiphopwereldje, Freez is zijn naam. Sinds een jaar zit hij bij het muziekplatform Fakkelteigroep van Sticks (Opgezwolle). Door deze groepering heeft Freez zichzelf snel kunnen vestigen als rapper. Hij maakt G-Funk met een rapstijl van de oldschool Snoop Dogg nummers. Hij wordt begeleid door de G-Funk producer Henning, waar hij een zeer strakke show mee weggeeft.

Een lang kwartier verder springt Ome Omar het podium op samen met zijn DJ. Ome Omar heeft een nieuwe stijl ontwikkeld, namelijk de nonchalante hiphop. Hij komt in een slordig, gekreukt shirt het podium op met daaronder een goedkope trainingsbroek. Het gaat inderdaad niet om de buitenkant, maar om de binnenkant: zijn teksten zijn geniaal. Zijn humor is droog, zijn dansmoves zijn vreselijk maar dat maakt zijn show bijna perfect. Geweldig.

Mr. Polska staat al in de coulisse te wachten en maakt zijn entree. Deze Pools-Nederlandse rapper noemt zichzelf de Oostblok-boy en is de leider van hiphopgroep Nouveau Riche uit Utrecht. Hij geeft een zeer energieke show waarbij de hele show helemaal los gaat. Iedereen springt tijdens het hele optreden en de hele zaal kent alle teksten. Mr. Polska heeft een ontzettend bereik en is misschien wel de populairste act die deze avond op het podium stond en die dus de ondersteuning van Homegrown het minst nodig had. Dat maakt de show overigens niet minder goed.

De avond komt ten einde en de avond moet eindigen met een knaller: de Kraaien zijn de kers bovenop de taart. De Kraaien uit Den Haag komen in hun kostuums – kraaienmaskers, uniform en biertap – het podium op en krijgen gelijk de hele zaal mee. De zaal verandert in een gekkenhuis en iedereen gaat volledig los. De simpele maar hyperactieve beats van de Kraaien maken de zaal laaiend enthousiast en de gestoorde teksten houden de aandacht van de toeschouwers vast. De Kraaien waren de meest perfect mogelijke afsluiter in een hiphopshow, ooit.

De Kraaien – Foto: David Koster

Met een grote glimlach op mijn gezicht ga ik naar huis, de afsluiter heeft mijn avond gemaakt. Eerlijk gezegd was ik van plan om eerder naar huis te gaan, maar ik ben uiteindelijk tot het eind gebleven en daar heb ik totaal geen spijt van. De shows die echt de moeite waard waren, waren die van Freez, Ome Omar en de Kraaien. Van alle acts die deze avond de kans hebben gekregen om zichzelf te showcasen, denk ik dat de Kraaien – als ze op dit tempo doorzetten – de meeste kans hebben om zeer succesvol te worden. Persoonlijk niet mijn favoriet, maar Mr. Polska kan ook een ware cultheld worden in de Nederlandse hiphopscene. Het is maar wat je smaak is!

DexX: Strak en pakkend in 1 lettergreep

Op een zonnige dag op het Grotius College te Delft, gelegen aan de Juniusstraat, kwamen vier vrienden elkaar tegen via individuele muzikale wegen. Cos Visser (basgitaar), Frank van den Hoogen (drums), Dexter Vos (gitaar en zang) en Tibo Hoek (gitaar) – allen 16 jaar oud – kwamen samen in een huis, begonnen spontaan te jammen, zonder een vastgesteld genre, gewoon rammend op vier instrumenten.

“We halen invloed uit alle genres: hiphop tot rock, hardstyle tot metal.”  DexX is begonnen als een coverbandje en neemt voorbeeld aan legendes als the Arctic Monkeys, the Kooks en the Dandy Warholes. Ook de wat jongere bands als Go Back To The Zoo en Kings of Leon worden als grote inspiratiebron gezien. Met de brede muzikale interesse van de band zit het in ieder geval goed maar hun eigen muziekstijl neigt meer naar de algemene rockgenres Indie en Britpop.

De band is eigenlijk vernoemd naar de frontman van de band, Dexter. “Daarnaast bekt DexX gewoon makkelijk weg. Het is een enkele lettergreep, het is makkelijk uit te spreken en ja, het is ook de afgekorte naam van onze zanger: verder niks bijzonders.” Het begon met een jamsessie die de band DexX heeft gevormd: bij een van de bandleden thuis begon Dexter gitaar te spelen en daarbij te zingen, vervolgens sloot iedereen zich aan bij het muzikale proces en was de band DexX geboren. DexX maakte haar debuut op de bandavond van hun middelbare school het Grotius College te Delft.

De eigen composities van de band kennen een duidelijke taakverdeling: Dexter en Tibo maken meestal het skelet van het nummer en vervolgens wordt de rest ingevuld door Frank en Cos: iedereen voegt iets toe aan elk nummer en op die manier zit elk liedje ook heel strak georganiseerd in elkaar.

Tot een bepaalde hoogte kan een band als DexX zichzelf managen. Vanaf januari 2010 werd de band stukje bij beetje professioneler: Matthijs de Ridder werd ingeschakeld. Deze muzikale dirigent heeft de verantwoordelijkheid op zich genomen om de band te coachen en te zitten bij het schrijfproces. “Hij functioneert niet alleen als coach, maar ook als producer.” Volgens DexX is Matthijs een goede toevoeging aan de band en zorgt hij voor een duidelijke structuur en een heldere blik op de toekomst.

De vier heren van DexX kijken positief vooruit: “Eind 2011 komt onze EP eraan. Vervolgens willen we aan de slag met de Highschool Music Competition en Talent Event. Na ervaring opgedaan te hebben bij Stork on Air, Skatejam 2011 en met het winnen van de Vak Popprijs zijn we erg positief over onze eigen kansen in de muziekwereld. We zijn een echte Delftse band die de hele wereld gaat veroveren.”

http://www.dexxtheband.com/

De dynamiek van Britpoppers the Bohemes

Den Haag maakte afgelopen vrijdag haar borst nat voor een van de meest gewilde bands uit de Haagse Britpopscene. The Bohemes bestaan al best een tijdje, namelijk sinds 2008. Het nieuwe album,’To The Ears Of The Night’, werd gepresenteerd: een nieuwe drummer en een totaal vernieuwde sound. Next-level Indie.

Ik loop van het podium af en de band begint direct met het eerste nummer. Het publiek staat duidelijk te trappelen voor de nieuwe songs van deze zeer gewilde band uit de Haaglanden. De muziek kicked erin, en de dynamiek van de band is gelijk duidelijk herkenbaar. De invloeden van de band bestaan uit the Smiths, the Beatles en the Jam. Eigenlijk alle bands van voor de jaren ’80 die met ‘the’ beginnen. Ook komen sommige nummers heel erg in de buurt van het oudere Clash-werk. De topics van de songs neigen ook naar deze bands, maar dan in een modern jasje. “Dit maakt ons niet gelijk een moderne band.”

En de heren hebben gelijk. Hun muziek is verre van modern, het is daarentegen wel heel erg innovatief. Hun sound is zeer te omschrijven als de muziek daterend uit de periode van de opkomst van punk, britpop in de mix met een klein vleugje Kings of Leon. De special effects die worden gedirigeerd door Henk Koorn achter de geluidsknoppen zijn onbeschrijfelijk strak getimed. Het hele publiek wordt als het ware ondergedompeld in de live tracks van hun nieuwe album. Alle toeschouwers staan met een tunnelvisie te staren naar het podium van begin tot eind. Terwijl iedereen staart is het ook onmogelijk om stil te blijven staan of om geen lijntje cocaïne te nemen. De cocaïne is trouwens niet per se nodig, die high krijg je al van de entertainende show van de vier heren.

Al met al zijn the Bohemes een terecht begrip in Den Haag. Ze hebben een eigen sound, die nog verder is ontwikkeld: verder dan ooit tevoren. De jongens hebben een uitstraling van vier popsterren met de juiste instrumentbeheersing. De show is zeker rock & roll met veel drugs en een vleugje sex. Niet alleen de vrouwen worden warm van the Bohemes, ook de mannelijke oren raken verzadigd van de fijne tonen die zich hebben verspreid vanaf het podium van de Supermarkt in Den Haag.

http://thebohemes.com/