Categorie archief: Essays

Waar is Ben Saunders? – #TVOH als hoogtepunt van je carrière

Een aantal maanden geleden, op de dag van de finale van The Voice zag ik een sarcastische tweet voorbijkomen waarin stond: “Aan alle deelnemers van the Voice of Holland-finale: veel succes vanavond en geniet ervan. Dit is nou het hoogtepunt van je carrière.” Het klinkt niet volledig sarcastisch tot je erover na gaat denken. Wat hebben talentenshows zoals the Voice, Idols en X-factor nou daadwerkelijk toegevoegd aan het muzikale aanbod van ons prachtige land? Vrijwel niks.

Ik ga er verder niet omheen draaien. Artiesten die voor een enkele avond a-artiesten zijn zwakken na zo’n finale af naar c- of d-artiesten. De winnaar van zo’n talentjacht krijgt als prijs een platencontract waarbij ze eerste een klein beetje buzzen maar een paar maanden later zwakken ze af en ze zijn ze nergens meer te zien. Waar is Ben Saunders tegenwoordig? Waarom scoort onze schattige Jamai geen hitjes meer? Zelfs de ex van Jamai, Dewi, heeft laatst meegedaan aan X-factor om een tweede top in haar carrière te bereiken. Helaas heeft het niet goed uitgepakt voor haar.

Er zijn ook uitzonderingen. Zo heb je soul-man Boris – a.k.a. Bo-Rush (slechtste artiestennaam ever) en Waylon. Boris kennen we van Idols, hij had terecht die finale gewonnen omdat deze jongen een echte goede stem en uitstraling had. Heel af en toe horen we iets van hem. Waylon, die meedeed aan Holland’s got Talent, heeft een platencontract bij Motown en brengt hele concrete, kwalitatief hoge platen uit.  Het heeft blijkbaar ook met doorzettingsvermogen en motivatie te maken.

Er gaan vele verhalen rond over de dwangcontracten van deze talentjachten, het lijkt mij dat de deelnemers stuk voor stuk volwassenen zijn die hun zelfstandige keuzes kunnen maken. Ze gaan er blijkbaar van uit dat als ze meedoen met zo’n televisieshow dat de faam wel naar ze toekomt. Nou, mooi niet. Was het maar zo makkelijk voor elke artiest, dan zouden we allemaal meedoen aan deze shows.

Maar komt zo’n televisiespektakel nou werkelijk neer op het vinden van talent? Ik dacht toch echt van niet. Deze John de Mol-uitvindingen – waarvoor louter respect trouwens – hebben het tot nu toe nog niet gewaagd om op zoek te gaan naar singer-songwriters die zelf de skill in handen hebben om eigen muziek te schrijven. Neen, we zijn verplicht te luisteren naar covers, of zoals we dat in Nederland graag ‘kuffers’ noemen. Nou, iedereen die ‘kuffers’ kan zingen mag zijn spreekwoordelijke koffers pakken en naar de televisiestudio gaan. Nog steeds geldt er een uitzondering voor Waylon en Boris.

Uiteindelijk gaan de ‘coaches’ en het publiek voor de zogenaamde superster: iemand die goede mediatraining heeft gekregen, witte tanden, grote bek en het liefst zo extravagant mogelijk. Om ons land te vertegenwoordigen in de globaliserende Voice of-series sturen we het liefst een niet-Nederlander naar de frontlinie en kijken we er verder niet meer naar om.

Je kan me voor gek verklaren maar ik heb geen idee wie dit jaar TVOH heeft gewonnen en het kan me eerlijk gezegd ook gewoon aan mijn reet roesten. Wie het ook mag zijn, over een half jaar is deze persoon niet relevant meer en dat heeft alles te maken met het gebrek aan talent. We pompen miljoenen kijkcijfers in dit programma zodat iedereen lekker z’n zakcentje kan verdienen maar nooit denken we erover terug dat het eigenlijk het meest nutteloze en talent verliezende programma ooit is.

Het mooiste aan het hele verhaal is dat dezelfde formule elke keer weer in een ander jasje wordt gestoken en het elke keer even populair is. Misschien is the Voice nog wel het populairste talentenjachtje van alle die er in Nederland zijn uitgevonden, maar alsnog. Waar de fuck is Ben Saunders?

Getagged , , ,

Nostalgie, Ultra.

Minstens twee keer per week ga ik naar een platenzaak om me te laten bijpraten van de allernieuwste releases en ontwikkelingen in de muziekindustrie. Ik heb een vast adres voor vinyl en ik heb een vast adres voor al het overige: concertdvd’s, cd’s en speciale uitgaven. Ik liep laatst binnen bij het laatste adres en ik zag een box-set staan van 7-inches van Nirvana’s ‘Nevermind’. De box bevat alle singles uitgebracht in de begin jaren ’90 van dit legendarische album. Pink Floyd heeft precies hetzelfde gedaan, wat betekent dat er een gigantische markt voor is: een gerestaureerd object uit het verleden aanschaffen voor een belachelijk hoge prijs.

Voor de een creëert een gemodificeerde Datsun nostalgische gevoelens, voor de ander is het een ge-remasterde LP van Pink Floyd’s ‘The Wall’. Alle mode-bewegingen en / of trends die we om ons heen zien is een next-level versie van wat al eerder is gedaan. Onze zintuigen merken het niet direct, maar als je analyseert waar Lady Gaga door geïnspireerd is dan ga je dertig jaar terug in de tijd. Ook de hoge broeken voor vrouwen en de skinny jeans voor mannen stammen af van modetrends die al meer dan dertig jaar oud zijn. We kijken er verder niet naar om, omdat het aan ons wordt uitgeserveerd op een prachtig bord.

Nostalgie is overal in terug te vinden, al is het in auto’s, kleding of muziek. Het begint bij de trendsetters die zich sterk realiseren dat de consument van de jaren ’00 een zwak heeft voor nostalgie. Blijkbaar hebben de trendsetters een tekort aan creativiteit om een nieuwe trend te ontwikkelen die nog nooit eerder is uitgevonden. Critici ontdekken altijd wel bepaalde elementen in een nieuwe trend die zijn geïnspireerd door iets van zoveel jaar geleden. Trendsetters zijn tegenwoordig slimmer dan dat. Ze mengen zoveel mogelijk ouderwetsche bewegingen en maken er een enkel product van. Op die manier kan een criticus lang gaan zoeken naar de oorsprong van het nieuwe ‘hip’.

Als ik voertuigen en kledij even buiten beschouwing mag laten, dan zijn er twee kanten van de nostalgie in muziek als product te ontdekken. Tegenwoordig maken de Facebook-gebruikers onder ons graag de koppeling met Spotify. We loggen in op deze audiostreaming-dienst met ons Facebook-account zodat onze vrienden kunnen zien wat voor muziek we luisteren. Het grappige is dat we vijf van de tien keer op zoek gaan naar oude liedjes – hits uit onze jeugd – om terug te blikken op herinneringen die gekoppeld zijn aan bepaalde melodieën. De theme-song van Pokemon die we voorheen zochten op Youtube, zoeken we nu op Spotify omdat het daar wel te vinden is in de hoogste kwaliteit. Ook Frank Sinatra die we alleen maar met slecht geluid op Youtube kunnen aanschouwen, beluisteren we liever op Spotify – met name de ge-remasterde versies.

De keerzijde van dit verhaal is dat we vaker veranderingen zien in de platenzaken. Media Markt en Free Record Shop houden de speciaalzaken in de gaten want opeens maakt iedereen ruimte voor de vinyl-bakken. Sinds 2000 is vinyl zich gaan ontwikkelen tot marktniche binnen de muziekindustrie. We willen als consument toch iets vasthouden als we muziek kopen. Niet alleen vasthouden, maar ook de plaat uit de hoes halen en de naald erop leggen, zoals vroeger. Daarnaast willen we graag de maximale luisterkwaliteit van de muziek – dezelfde denkwijze als Spotify – binnen handbereik hebben. Verder maakt het niet zo heel veel uit van welke artiest deze plaat is. Al is het van Rats on Rafts – een jonge Rotterdamse band met een sound identiek aan Joy Division – of the Beatles – die al hun platen gerestaureerd laten drukken op vinyl. We willen vinyl omdat het innerlijk en het uiterlijk groot is en de nostalgie plakt eraan vast alsof het kauwgom is.

In alle uitvindingen die vanaf het millennium zijn uitgevonden is nostalgie te ontdekken: kijk maar goed in je omgeving. Uiteraard is er sprake van innovatie als je kijkt naar technologische middelen maar daarin schuilt dan weer de behoefte om iets uit je jeugd erbij te betrekken. Ik heb persoonlijk daar ook veel behoefte aan, ik draag er elke dag m’n steentje aan bij. Onlangs heb ik op mijn nieuwe Macbook Pro in de App Store het favoriete spelletje uit mijn jeugd gedownload: Worms. Daarnaast kan je tegenwoordig ook Quake of Doom spelen op je Macbook. Op mijn iPhone heb ik alle albums van the Beatles en the Clash staan, omdat ik behoefte heb aan inspiratie uit het verleden.

Het is louter-gezellig dat we teruggrijpen naar het verleden – Wacht. Louter? Bestaat dat woord nog steeds? – Ja, dat woord bestaat nog steeds. Ik heb het zojuist teruggebracht. Mieters toch? Zelfs in ons taalgebruik zijn de meest antieke woorden te vinden. Ons vocabulaire is hipper als we vergeten woorden en uitdrukkingen gebruiken. Vooral in het groepsproces is het zeer aanstekelijk, spontaan ontstaat er een olievlek die zich verspreid tot aan de taalgrens.

Kanye West is een prins als het op nostalgie neerkomt. Hij is de koning van het samplen wanneer hij beats produceert. Voor de productie van ‘Otis’ had hij een volledig nummer van Otis Redding gesampled. Voor velen is dit een belediging omdat hij over Otis Redding’s ‘Try a Little Tenderness’  heen rapt. Anderen zien dit als het ‘recyclen’ van een compositie: de oorspronkelijke muziek krijgt een andere functie in het nieuwe nummer. Het is maar hoe je het bekijkt, artiesten maken er tegenwoordig veelvuldig gebruik van.

Of je nou artiest bent of niet, we willen allemaal geïnspireerd worden door het verleden. Waarom is de Mini Cooper zo populair en waarom dragen we grote brillen zonder sterkte? Zijn we bewust bezig om de jaren ’60 terug te halen of is dit toevallig in elke sector een trend aan het worden? Het zetten van een trend is de mode van vandaag, elk jaar verandert het en er zijn miljoenen voorbeelden op te noemen. Sinds Jennifer Lopez zong dat we een nieuwe eeuw binnentraden is het onmogelijk om deze nostalgische dans te ontspringen: het is een ultra-trend waar we allemaal van consumeren.

Getagged , , , , , , ,

Eind december, begin januari

Gelukkig nieuwjaar, laat ik daar mee beginnen. Het is alweer een tijdje terug dat ik een stuk schreef hier omdat ik druk bezig ben met het ontwikkelen van mijn website. Die komt er binnenkort aan, gewoon omdat het kan. Het is ten slotte 2012 en vanaf dit punt is alles mogelijk.

Er moet eerst gezegd worden dat het een rechts jaar was, jammer genoeg. Helaas hebben we een rechtse regering die stukje bij beetje de kunst- en cultuursector wilt uitroeien. Ik zie het als een tekort in de ontwikkeling van de huidige regering dat ze hun horizon niet willen verbreden met de schoonheid van kunst- en cultuur. Op het ene moment zitten we te bakkeleien over Mauro, moet hij nou wel of niet het land uit? Vervolgens ontsnapt Mauro aan het mes en wordt er al gelijk een ander slachtoffer uitgekozen om het land uit te zetten.

Ook de populariteit van de PVV bleef groeien in 2011. Niet alleen in de afgelegen volksbuurten van ons prachtige landje maar ook in de Universiteiten verspreid door heel Nederland. De PVV, de meest rechtse partij in Nederland werd behandeld in een scriptie van een student politicologie van de Universiteit van Tilburg. De conclusie van de afgestudeerde: Nederland heeft te maken met een fascistische partij in een gevorderd stadium. De desbetreffende scriptie is inmiddels gepubliceerd en Geert Wilders heeft, zoals verwacht, infantiel gereageerd.

Dat de Nederlandse samenleving steeds rechtser wordt is goed te voelen in de kunst- en cultuursector. Alles waarmee we Nederland mooier en aantrekkelijker willen maken wordt weggezet als ‘linkse hobby’ en daar wilt de regering maar al te graag in gaan snijden. Zo verdwijnt er kunst waar er weer geld vrijkomt voor de topmanagers hun kerstbonus. Wat het ook is, we verliezen steeds meer en Nederland is er nog best wel tevreden onder. Ik ben ontevreden, en toch wil ik niet klagen. We mogen namelijk blij zijn dat de regering zo nu en dan een reality-check krijgt van het Nederlands rechtssysteem. De opstartsubsidie voor cultureel ondernemers (WWIK) werd vlak voor de jaarwisseling afgeschaft na het besluit van de Eerste Kamer. Per 1 januari zou deze stopzetting ingaan, maar de rechter vond dat te vroeg. “Het betekent dat het voorstel tot afschaffing van de wet, waar de Tweede en Eerste Kamer eerder mee akkoord gingen, door de rechter ongedaan is gemaakt voor kunstenaars die voor 1 januari 2012 een WWIK-uitkering toegekend hebben gekregen.”

Dit jaar is vanuit het oogpunt van de kunstenaar met een mooie wraakactie begonnen. Maar laten we vooral niet te vroeg juichen, Rutte is tevreden en Nederland is tevreden met Rutte. Het kan allemaal nog erger worden dan dat het al is. Op een gegeven moment moeten alle kunstenaars sponsors gaan zoeken om te overleven terwijl ze kunst maken voor het maatschappelijke geheel. De overheid doet alsof dit hun niks doet en gaat door met het snijden in de begrotingen.

We zijn pas aan het begin van 2012, wat staat ons te wachten dit jaar? Worden we nog rechtser? Gaan we mensen daadwerkelijk het land uitzetten? Of gaan we toch rekening houden met onze medemens en houden we rekening met het verleden van alle aanwezige rassen en religies? Dit jaar gaat in ieder geval veel kunstenaars bewegen die het zekere voor het onzekere nemen. Het ziet er naar uit dat de regering steeds minder belang legt bij de kunst- en cultuursector. Dit betekent dat we onze broek zelfstandig omhoog moeten houden en geen hulp van de regering kunnen verwachten.

In 2012 zijn we genoodzaakt om op zoek te gaan naar de meest creatieve oplossingen om te overleven in deze verwaarloosde sector. Het stimuleert ons, kunstenaars, om van onze reetjes af te komen en stappen te ondernemen. Laten we het negatieve omzetten naar iets heel erg positiefs, vooral dit jaar. De Maya-Kalender vanuit de Azteekse cultuur vertelt ons ten slotte dat we dit jaar er collectief aan gaan. Dus laten we het maximale halen uit 2012, met name de cultureel ondernemers.

Begin je eigen kunstenaarscollectief of maak een documentaire over het einde van de wereld: het maakt niets uit. Tweeduizend-twaalf wordt een productief jaar vol met levens-transformerende elementen, al betekent dit werken tot de dood. Het klinkt misschien morbide, maar zo is het niet bedoelt. Het gaat erom dat wij, als kunstenaars, nu niet moeten opgeven puur om een financiële kwestie die ons dwars zit. We moeten ons hoofd omhoog houden en realiseren dat het niet om het geld draait dat ons laat doen wat we doen. Het gaat om liefde en passie, geld daarnaast ontvangen is een nog prachtiger ding.

Je levert je passie in en je wilt er geld voor terug, dat is logisch. Dus je neemt stappen om deze droom om te zetten naar realiteit: het gaat niet automatisch gebeuren. De overheid gaat niet veranderen, dus moeten wij wel veranderen. We kunnen niet eeuwig blijven zeuren om een startersbudget dat we gratis en voor niks krijgen, we moeten doorgaan waar we eventjes stil zijn gaan staan. Schouders eronder en initiatieven nemen zodat wij en onze opvolgers tot in de eeuwigheid onze kunst- en cultuur kunnen voortzetten en vertellen aan de wereld wat wij voor waarde hebben toegevoegd aan de huidige kunst- en cultuursector. Dat is pas vooruitdenken en groeien als sector.

Getagged , , , , , , , , , , , , , , ,

Kunst of geen kunst door Studio Job: waar ligt de grens?

Twee weken geleden zat Job Smeets twee dagen achter elkaar als gast bij de Wereld Draait Door. Helaas zat hij daar niet om zijn nieuwste werk – geëxposeerd in Groningen – een promo-tour te geven maar om bekogeld te worden met confronterende vragen over zijn door Auswitch-geinspireerde werken. Twee werken van Studio Job werden toegelicht waarin duidelijk verwijzingen zaten naar concentratiekampen die voor de nodige opschudding zorgen. Uiteraard kwetst dit mensen, maar is kunst per se uitgevonden om mensen een goed gevoel te geven?

Tracy Metz van de NRC noemt de Tweede Wereldoorlog ‘het laatste taboe in Nederland’. Een beetje egocentrisch om dit te zeggen want het is voor een heel groot gedeelte van Europa ook een taboe. Daarnaast verplaatst Metz zich alleen in de oorspronkelijke ‘etnische’ Nederlanders met deze uitspraak. Ik denk dat Zwarte Piet ook nog steeds een taboe is voor alle Surinaamse en Antilliaanse staatsburgers van Nederland. Maar goed, we hebben het niet over Zwarte Piet, we hebben het over miljoenen doden vanuit de Tweede Wereldoorlog. Daar gaat het juist om: de doden. De overlevenden zijn degenen die worden geconfronteerd met Auswitch in de vorm van een kunstwerk, maar dat worden ze ten slotte ook met monumenten. Voor mij persoonlijk gaat het erom dat je rekening houdt met je medemens en ervoor probeert te zorgen dat ze niet geconfronteerd worden met het verleden. Het gaat daarbij ook om respect voor elkaar en het bevorderen van een ‘positieve’ samenleving. Net als bij het geval van Zwarte Piet, ben ik het er mee eens dat uit respect voor diegenen die het doet denken aan de tijden van Slavernij (waar overigens ook miljoenen doden vielen), we de Zwarte Piet moeten verwijderen uit het Sinterklaasfeest. Diezelfde mening heb ik ook over deze twee kunstwerken van Studio Job, ook al spreek ik mezelf tegen.

Zwarte Piet is geen kunstuiting, het is een onderdeel van de Nederlandse traditie van het Sinterklaasfeest. Tradities veranderen en groeien mee met de tijd, dus ook met tolerantie. De Tweede Wereldoorlog is iets anders: het een historische gebeurtenis die de hele wereld iets heeft aangedaan. Om dit te verwerken in de vorm van een kunstwerk is een stapje verder: kunst heeft geen grenzen. Ik ben van mening dat kunstenaars zich niet moeten beperken in hun werk, terwijl ik ook vind dat mensen niet gekwetst hoeven te worden door objecten in de openbare ruimte. Het contrast is dusdanig groot dat ik mezelf niet kan uiten over deze situatie, en dat maakt het extra lastig om hier een stuk over te schrijven. Ik denk dat velen dezelfde mening met mij delen over deze kwestie, zo ook Tracy Metz. Zij geeft overigens in de uitzending een heel goed argument voor haar standpunt: de Tweede Wereldoorlog is een makkelijke uitweg. Een topkunstenaar als Job Smeets hoeft zich niet te verkopen aan de goedkope kunst, Studio Job is zoveel beter dan dat.

Beter dan de essentie van jezelf. Beter dan de essentie van de Nederlander: we zijn als Nederlanders beter dan de persoon met oogkleppen op die niet wil zien dat de oorsprong van Zwarte Piet racistisch is. Job Smeets heeft geen oogkleppen op omdat hij altijd zijn grenzen opzoekt als kunstenaar. Het opzoeken van je grenzen is een, maar het overschrijden van je grenzen is een tweede. Dat is precies het geval bij het uitgelichte werk bij DWDD. Job Smeets is vergeten waar de grens ligt en heeft een uitstapje gemaakt naar de andere kant. Is Job te ver gegaan? Ja, dat is hij zeker. Moet Job zich voortaan beperken tot de grens? Nee, zeker niet. Maar vergeet niet dat die grens er voor een reden is.

Het mooie aan kunst is dat er geen beperkingen zijn, dus feitelijk zijn er geen grenzen om te overschrijden. Met dit uitgelichte werk van Studio Job is er duidelijk geworden dat zelfs voor kunst er een grens is. Die grens ligt er om te voorkomen dat massa’s worden beledigd door dit werk. Wat we eigenlijk zeggen is dat er een censuur moet zijn voor dit soort uitingen, wat eigenlijk niet kan. Kijk maar naar Kurt Westergaard: hij werd door het publiek aangevallen vanwege zijn spotprenten over de Islam. Een kunstenaar die zo’n groot aantal mensen heeft beledigd dat hij er zelf van schrok. Hij werd wereldwijd met de dood bedreigd terwijl hij een kunstwerk probeert te maken. De motieven van Kurt Westergaard waren niet gelijk aan die van Job Smeets: Westergaard maakt spotprenten en Smeets maakt kunstwerken. Twee totaal verschillende beweegredenen met hetzelfde gevolg: mensen voelen zich beledigd en dat gevoel is terecht.

Dat er sprake is van slachtoffers door deze kunstwerken moge duidelijk zijn, maar laten we nog iets even niet uit het oog verliezen. De kunstenaars maken het verschil. Ze maken het verschil door te provoceren: dat is wat de kunstenaar doet. Het zijn geen ‘mooimakers’, zoals Job Smeets het mooi heeft verwoord. Ze zijn er om grenzen op te zoeken, zo ver mogelijk tegen de grens aan te gaan liggen en te provoceren met hun eindproduct. Meestal is het meest provocerende product, het meest en minst gewaardeerde stuk. In het geval van De Wereld Draait Door krijgen we te zien wat het kritiek is op zo’n kunstwerk, maar er zijn ook mensen – zoals de verzamelaar die een van de twee kunstwerken gekocht heeft – die dit provocerende werk zeer waarderen. In de PR is er voor deze situatie een mooie uitspraak ‘Bad Press is Good Press.’ De hoeveelheid aandacht die Studio Job heeft gekregen door twee dagen achter elkaar aan tafel te zitten bij DWDD is voor velen een goede reden om een treintje naar Groningen te pakken. Mensen willen het uiteindelijk met eigen ogen zien, en zelfs de slachtoffers willen de confrontatie zelf aangaan. Wat Studio Job ook staat te wachten de komende tijd zal iets te maken hebben met succes, al is dit negatief of positief. Ik denk dat Job goed wakker is geschud door het kritiek van Nederland op zijn confronterende kunst. Provoceren met grenzen kan niet, maar mensen beledigen kan eigenlijk ook niet. Lastig.

Bekijk de twee gesprekken met Job Smeets bij DWDD hier en hier.

Getagged , , , , , , , ,

Oma’s Rouwboeket

Het was de begrafenis van mij oma. Ik was zes jaar oud en ik had geen idee wat ik daar te zoeken had, geen besef van wat er in de familie was gebeurt. In deze familie voel ik me niet thuis, de familie van mijn vader. M’n vader heb ik nooit echt goed kunnen leren kennen, hij was altijd weg van huis.  Mijn vader heeft ook niet echt een goede band met zijn vader, maar met zijn moeder ook niet. Hun relatie was eigenlijk altijd heel erg statisch, in tegenstelling tot m’n band met mijn moeder. Hij had dat niet.

Ik wist haar echte naam niet, nog steeds weet ik haar naam niet. Het enige wat ik weet is dat ze zichzelf graag ‘Joepie’ liet noemen, alsof het een feestje was. Een bezoek aan haar was alles behalve een feestje. Je kwam binnen, je kreeg een koekje en een kop thee en je moest gaan zitten op haar plasticen bank. Joepie wist niks van entertainment, ze had geen televisie maar alleen een abonnement op de Libelle en de Margriet. Naast oudevrouwenbladen lezen kon je natuurlijk ook het stof op haar boekenplanken analyseren, ook een leuke bezigheid. De overige objecten die in haar huis stonden vertelden me helemaal niks over deze oude vrouw, wonend in een stoffige jaren ’50 flat in Zaandam.

Op haar begrafenis was ik gehesen in een driedelig apenpakje om me aan te sluiten bij de massa’s van jankende bejaarden. Ik stond rustig mijn appelsapje te slurpen door een rietje totdat er werd getrokken aan mijn arm door mijn vader. Hij nam me mee richting de kist waar ze in lag. Ik was helaas nog te klein om met mijn ogen de kist in te kijken maar ik kon het eigenlijk wel zelf voorspellen: er lag een zombie in deze houten constructie. M’n vader tilde me op en hij hield me stevig vast. Ik kon haar lijk zien, een beeld dat altijd bij me zal blijven. De visagist had duidelijk haar best niet gedaan, oma zag er niet uit. Haar mond stond open en het leek net alsof ze knipogend was gestorven. Nou had ik afscheid moeten nemen van een mens dat ik totaal niet kende maar het leek net alsof ik in een horror-film vastzat.

Bovenop haar kist stond een koperen vaas met een rouwboeket erin gepropt. Het boeket had een onverdraaglijke geur die ik voor altijd zal onthouden. Als ik ooit nog die geur zal tegenkomen, zal ik die direct koppelen aan de dood van m’n oma. Maar het was niet dat moment dat het boeket zo’n indruk op me maakte, het boeket ging mee naar huis als ‘aandenken’. Mijn vader had een hele goede plek uitgekozen: niet in de opslag in onze kelder maar op het kastje in de gang. Ik kon er niet omheen. Elke keer dat ik het huis binnenliep toen ik terug kwam van school werd ik geconfronteerd met de dood van m’n oma. Iedere keer dat ik uit bed kwam en de trap afliep, stootte ik tegen het rouwboeket van mijn oma aan. Het was niet alleen het zien van het boeket wat me confronteerde, het was voornamelijk de geur die erdoor werd verspreid in de gang van ons huis.

Op m’n achtjarige leeftijd gingen mijn ouders scheiden. M’n vader trok uit huis en hij nam het rouwboeket met zich mee. Hij wist zelf nog niet wat hij met het boeket ging doen: weggooien of meenemen naar zijn nieuwe huis. Pa was in 3 jaar tijd vijf keer verhuisd en toen hij eindelijk was gesetteld in zijn nieuwe woning in Rotterdam had hij een besluit genomen. Het rouwboeket was vanaf dat moment nergens te bekennen. Een afgesloten hoofdstuk maakt ruimte voor een nieuw begin, we kennen het allemaal. Maar ik vertrouw het hele zaakje niet. Ik weet bijna zeker dat hij geen afscheid heeft kunnen nemen van zijn moeder en simpelweg het boeket een plekje heeft gegeven in de berging. Maar goed, daar zal ik nooit achterkomen.

We bloeden vermiljoen

De zomer van 2010. De Nederlandse ogen waren gericht op het WK in Zuid-Afrika. We speelden de halve finale tegen Uruguay, een spannende wedstrijd. Volgepompt met adrenaline zat ik met wat vrienden in Rotown, we waren licht aangeschoten. Ik hoef je niet te vertellen dat de wedstrijd een succes was. Tering, wat waren we blij.

Na afloop van de wedstrijd probeerde ik te worstelen door de massa van dronken mensen op de Nieuwe Binnenweg. Het was net alsof we het WK al hadden gewonnen. Mensen klommen massaal op tram 8 uit blijdschap, dronkenschap en broederschap. Het was een van de gekste gebeurtenissen uit mijn leven tot nu toe. Ik begaf me naar de Westzeedijk waar het doodstil was, geen mens te bekennen. Ik liep rustig richting mijn huis in Rotterdam-West totdat mijn wandeling werd onderbroken. Ik liep de Pieter de Hoochweg in en opeens stond er een oude man voor mijn neus met een prachtig vermiljoen tenue aan die duidelijk te veel op had.

Hikkend en snotterend vroeg hij me of ik zijn verhaal wou aanhoren. Met mijn aangeschoten hoofd ging ik op zijn verzoek in. Hij pakte een gekreukeld, half doorweekt papiertje uit zijn binnenjaszak en begon voor te dragen:

Ahum, dit gedicht heet ‘Verdomd vermiljoen’.

Nederlandje, we zijn verenigd
stabiele grenzen en een goed geweten
Nooit kwade gedachtes, we zijn zo tolerant
Willem van Oranje, geboren protestant

Sinaasappel of gewoon een mandarijn
Vermiljoen is de kleur die we zijn
we leven onze kleur en we halen de finale
van de wereldkampioenschap maar we falen

Maar we zijn zo vol van wie we zijn
we durven eigenlijk niet te kijken
naar wie we echt zijn
de waarheid ontwijkend

Het onderscheiden van rassen, religies en geaardheid
dat kunnen we als de beste, vraag ons de wegwijs
Acceptatie is het accepteren verleerd
en geloven we in de verdraaide waarheid van Geert

Je kan er grappig over doen of we kunnen gaan verzoenen
we lopen op de klompen en naast onze schoenen
In het westen van het westen, groeperingen pesten
Vrijwel of op zich het voor de rest verpesten

Gierige mensen, we zijn uit op de buit
en als het ons meer geld bespaart gooien we Mauro eruit
Zogenaamde open grenzen, dat was de afspraak
Zoek je naar een raakvlak, dan is nu de vlak raak

Recht in de roos en we bloeden vermiljoen
niet voor onszelf maar voor ons land, onze eigen kampioen
Steek een stokje ervoor maar dan wordt je gearresteerd
Als je bij de intocht van de Sint protesteert

Roep het van de daken of van de windmolen
Als ik jou was zou ik niet in Nederland komen wonen
Ik zal me schaamdoden ofwel doodschamen
om voor dit soort praktijken belasting te betalen

Ik koop vandaag een staatslot hopend dat het beter wordt
Maar als ik zeg wat ik denk dan word het niet gehoord
Ik koop vandaag een staatslot en ik hoop op een miljoen
Nederland is het land van de kleur vermiljoen

Ik keek de man een seconde of tien aan om erachter te komen of het gedicht nou eindelijk was afgelopen. Hij bleef stil – blijkbaar was het gedicht afgelopen. Ik bedankte hem vriendelijk en verplaatste me richting metrostation Coolhaven. Ik kwam thuis, ging zitten op de bank en stak een klassieke Marlboro aan. Ik naam de nicotine tot me en het sloeg in. De oude man met zijn vermiljoene tenue aan heeft gelijk.

Ik ben blij dat ik Nederland woon, we leven hier in luxe en we mogen eigenlijk niet klagen. Toch ben ik niet trots om Nederlander te zijn. Op het ene moment is de euforie aanwezig in mijn lijf en ben ik blij met het Nederlandse elftal. Op het andere moment kom ik een man tegen die mijn gevoel met 360 graden omdraait. De man had zo’n indruk op me gemaakt dat ik ging nadenken over hoe erg ik me schaam voor Wilders en de boodschap die hij verkondigt in het buitenland. Het zou kunnen dat mensen buiten Nederland de kleur vermiljoen koppelen aan racisme, en dat zou zonde zijn. Voor nu koppelt het buitenland vermiljoen aan winnaars, dat is mooi. Uiteindelijk zijn de voorspellingen van de man ook uitgekomen: we hebben de finale niet gewonnen en Mauro moest het land uit.

Voor mij is licht vermiljoen de kleur van ons land, de kleur die ons samenbrengt en een eenheidsgevoel creëert onder alle burgers van Nederland. Al is dit tijdens het WK, EK of Koninginnedag: we zijn in deze tijden allemaal gelijk aan elkaar. Het jammere van deze momenten is dat we alleen op deze dagen gelijk aan elkaar zijn.

Als alle Nederlanders zwavel zouden zijn en alle niet-Nederlanders kwikzilver, dan zouden we kunnen samensmelten tot een vermiljoen geheel. Helaas zijn we veel meer dan mineralen en is het nog steeds onmogelijk om voor een eeuwigheid een eenheidsgevoel te creëren. Toch is vermiljoen de kleur die het gevoel constant terug kan brengen. De kracht van kleur.

Getagged , , , ,

Zwarte Piet in de schijnwerpers: een racistisch tijdperk ten einde?

Is dat moment nou eindelijk daar? Is Sinterklaas 2011 het laatste jaar dat we dit bizarre feest vieren? Laten we het hopen, want dit jaar is deze delicate kwestie harder aangekaart dan ooit tevoren. Kort geleden werden twee heren hardhandig gearresteerd bij de Sinterklaasintocht in Dordrecht omdat ze shirts droegen met de tekst ‘Zwarte Piet is Racisme’. De twee heren stonden rustig tussen het publiek bij de sinterklaasintocht, alles wat ze ‘fout’ deden was het dragen van de ‘provocerende shirts’. Deze ‘arrestatie’ is in strijd met de vrijheid van meningsuiting, juist dit soort acties maken de Zwarte Piet-kwestie een stuk gevoeliger. Daarnaast is Zwarte Piet gewoon racistisch als je kijkt naar het verhaal en de geschiedenis van dit zogenaamde leuke feest.

De laatste paar jaren is er wereldwijd onderzoek gedaan naar de Nederlandse traditie van het Sinterklaasfeest en het verhaal gaat dieper dan je zou denken. In 1850 verscheen er een boek genaamd ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’, geschreven door Jan Schenkman. De knecht van de Sint was donker en had een wit pak aan. Destijds speelde in Amerika het verhaal van de slavernij al een tijd af en was het een veelbesproken onderwerp. Dertien jaar na het verschijnen van dit boek van Schenkman werd de slavernij in Nederland afgeschaft en werden er schadevergoedingen betaald aan de Nederlandse slaven die voornamelijk kwamen van de Antillen en Suriname. Vijftig jaar voordat dit boek werd uitgegeven (rond 1800) was de knecht van de Sint nog een deftige blanke man met een pruik, genaamd Jan de Knecht.

Sinterklaas was een Griekse bisschop van Myra (Turkije) en werd de Sint van de kinderen genoemd. Volgens oude verhalen maakte Sinterklaas kinderen wakker uit de dood. Zwarte Piet daarentegen was in de middeleeuwen een benaming voor de duivel. Zwarte Piet, een duivels personage, was een gevangene van Sinterklaas en daarnaast ook slaaf van de goedheiligman. De functie van Zwarte Piet was om stoute kinderen te ontvoeren en mee te nemen naar Spanje. Naast het feit dat Sinterklaas de Zwarte Piet als een middeleeuwse superheld gevangen nam en benoemde tot slaaf vond hij het ook nodig om ze te vervoeren per boot. Dit onderdeel van het verhaal is wel toonzettend voor een traditie als Sinterklaas en de Nederlandse betrokkenheid bij slavernij.

Nederland is wakker geschud nadat Quinsy Gario en zijn collega zijn opgepakt in Dordrecht voor het dragen van shirts met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’. Niet alleen de Surinaamse en de Antiliaanse gemeenschap, maar heel Nederland met een beetje verstand en begrip voor de vrijheid van meningsuiting voelt zich aangesproken voor de hardhandige arrestatie van de twee mannen. Vooral nu, in tijden van de dwaas Geert Wilders, is het van groot belang dat elke Nederlander zijn mening kan uiten in het openbaar. Bij Gario werd dit niet met dank afgenomen door de politie van Dordrecht.

Gario nam het initiatief om deze shirts op de markt te brengen. Er was direct veel interesse voor en het verhaal achter de actie onderbouwd elk onderdeel van het protest. Quinsy Gario is niet tegen Sinterklaas: “Het feest is mooi, er wordt alleen vanuit gegaan dat een gedeelte van de bevolking van Nederland in die periode gelukkig mocht zijn. Waarom niet de rest? Waarom niet wij met zijn allen?”

In 1800 was Sinterklaas hoe het moest zijn: iedereen was vrolijk. De Sint was blank, zijn knecht was blank en er was geen enkele vorm van racisme te ontdekken. Vijftig jaar later werd de knecht van Sinterklaas opeens zwart, in de tijden van de slavernij. Inmiddels meer dan 150 jaar later, leven wij in Nederland, met exact hetzelfde Sinterklaasfeest. Waarom is het verhaal van het feest aangepast tussen 1800 en 1850? Waarom is het tussen 1850 en 2011 nog steeds niet aangepast naar een toleranter en vriendelijker verhaal? Waarom worden kinderen opgevoed met het beeld dat het normaal is voor een man met een Christelijke ambt om ‘donkere mensen’ als slaven te hebben? Wat Quinsy zegt is het volgende: Sinterklaas is goed, alleen moeten we deze traditie parallel laten lopen met onze nationale ontwikkelingen op het gebied van tolerantie. Zwarte Piet is het racistische onderdeel van het hele feest, kunnen we niet weer gewoon terug naar Jan de Knecht?

Quinsy Gario is niet de enige artiest die zich aangesproken voelt door het historische karakter van Zwarte Piet, ook veel artiesten buiten Nederland kijken met verbazing naar ‘onze’ traditie. In Bristol (Engeland) is er een onderzoek gedaan naar Zwarte Piet en vanuit die informatie is er een expositie samengesteld. De expositie, genaamd ‘Read the Masks. Tradition is not given’, vond vorig jaar plaats en heeft voornamelijk voor negatieve reacties gezorgd.  Wereldwijd werd er geschokt gereageerd op de kortzichtige Nederlandse traditie van de Sinterklaasviering. Onderdeel van de expositie is een film waarin artiesten worden gevolgd die een inburgeringscursus volgen in het bestaan van de Nederlander. Toen deze artiesten het Sinterklaasfeest tegenkwamen in de Nederlandse gewoontes waren ze niet gecharmeerd van Zwarte Piet.

Wereldwijd gaan mensen ervanuit dat Nederland een ontzettend tolerant is, en dat zijn we eigenlijk ook. Zodra toeristen ons land bezoeken rond de tijd van de Sinterklaasviering wordt dit beeld direct onderuit gehaald. Twee toeristen omschrijven hun ervaring bij de Sinterklaasintocht: We laughed and looked around awkwardly, realizing no one else was finding this situation a little odd and noticed little kids had also painted their faces black.” Natuurlijk is het raar om als buitenstaander te zien dat we als traditie een blanke heiligman een parade laten leiden met zwarte slaven om zich heen, dit verpest het Nederlandse imago naar de toeristen toe. Misschien is het dan toch echt tijd om het feest aan te passen aan onze opgeëiste tolerantie?

Op het internet staan diverse theorieën over waarom Zwarte Piet goed of slecht zou zijn. Sommigen zeggen dat het is afgeleid van de ‘Blackface’: een theatraal circus uit Amerika in de 19e eeuw waarbij donkere mensen worden afgebeeld als clowns met felrode lippenstift. Anderen zeggen weer dat Zwarte Piet een donkere huid heeft vanwege het beklimmen van schorstenen; maar waar komt opeens het afro-haar en de rode lippenstift vandaan?

Sinterklaas is best een leuk feest, de echte Nederlandse ervaring van dit feest zal ik nooit kunnen meemaken omdat ik niet zo ben opgevoed. Wat ik wel kan zeggen over het feest is dat het aan vernieuwing toe is. Het kan niet langer om slavernij in de vorm van een feest onder de aandacht te brengen. En vooral na dit jaar, dat twee mannen worden opgepakt voor het uitten van hun mening, kan het niet langer. Als wij de mening van mensen zoals Geert Wilders moeten respecteren, waarom respecteert ‘rechts-Nederland’ onze mening ‘linkse’ mening dan niet? Daarnaast verpest niet alleen Geert Wilders ons tolerante imago naar de buitenwereld toe, maar ook een personage als Zwarte Piet draagt hier een steentje aan bij. Nederland, we zijn zoveel beter dan dit.

Getagged , , , ,

Lou Reed & Metallica leveren best wel een redelijke plaat

Een van de leukste bezigheden, volgens mijn mening, is het beluisteren van een heel erg slecht album en vervolgens op zoek gaan naar recensies erover. In de meeste gevallen zie je vaak dezelfde conclusies langskomen. In het geval van ‘Lulu’ – een samenwerking tussen Lou Reed en Metallica – zie je dit totaal niet. Er is een rode draad in alle recensies: het album is kut. Het gaat er juist om wat ze precies kut vinden en wat ze precies fijn vinden aan het album, daar zitten de verschillen. Vijf verschillende, maar toch negatieve recensies naast elkaar concluderen gezamenlijk dat het ‘Lulu’-album eigenlijk wel een redelijke plaat is geworden.

Raar genoeg begint elke recensie met exact dezelfde inleiding, Metallica-gitarist Kirk Hammet vertelde een poos voordat de plaat uitkwam aan de pers dat Lulu het beste is wat Metallica ooit heeft gedaan. Dit soort uitspraken zorgen voor hoge verwachtingen, wat ook geconcludeerd wordt in elke recensie. Uiteraard is dit logisch, al helemaal omdat Metallica de meest succesvolle metalband is op de aardbol. Dit soort uitspraken passeren wel vaker de revue als het neerkomt op muzikale kunstenaars die met andere muzikale kunstenaars de studio induiken. Ze zijn vol van zichzelf, geven elkaar constant complimentjes in de oefenruimte totdat elke individuele ego-bom ontploft. Vanaf het moment van detonatie is er geen ontsnappen meer aan: artiesten raken op een muzikaal pad die voor iedereen buiten de oefenruimte om ontoegankelijk is of zelfs niet meer om aan te horen. Lulu is precies zo’n project.

Een ander groot muzikaal project waar alle ogen en oren op gericht waren was het ‘Superheavy’-project van Mick Jagger, Damian Marley en nog een aantal anderen uit de scene. Niet alleen is de naam van de groep raar, maar de samenstelling van de band deed ook wenkbrauwen rijzen. Mick Jagger, een pionier, als frontman van een nieuwe band: het lijkt net een nieuwe popgroep begeleid door een opa. Een andere musicus, die volgens Jagger een pionier is maar qua status totaal niet te vergelijken is met de Rolling Stones-frontman, is Eurythmics-producer Dave Stewart. Hij schreef de meeste liedjes samen met Jagger op de plaat van Superheavy. Maar de publieke ervaring van deze muzikale superclash voldeed niet aan de verwachtingen: ze kregen in plaats van goddelijke composities een aantal saaie popliedjes. Dit album is feitelijk een reggae-album geworden die zwaar beïnvloed is door een van de bandleden, Damian ‘de zoon van’ Marley. Vergeleken bij Lulu klinkt Superheavy als engelenzang: zo slecht is Lulu dan weer wel en zo goed is Superheavy dan wel weer.

Net als ‘Superheavy’ was ‘Watch The Throne’ van Jay-Z & Kanye West een muzikaal kunstwerk waar velen verschillende meningen over hadden. Als deze muzikale ontmoetingen plaatsvinden tussen grote supersterren die een repertoire hebben waar je ‘U’ tegen zegt dan kan je niks anders concluderen dan dat het heel goed gaat aflopen of juist heel slecht. Bij Superheavy was het interessant om te zien hoe verschillende musici met verschillende achtergronden en verschillende statussen gezamenlijk een kunstwerk maakten. Bij Watch The Throne heb je twee artiesten die precies hetzelfde doen, feitelijk qua status op hetzelfde niveau zitten – de een wat minder dan de ander – en die hun krachten bundelen op een album. Ook bij deze samenwerking verwacht het publiek een orgasme in zijn oren maar uiteindelijk wordt het een doodgewoon hiphopalbum, en er is niks mis met doodgewone hiphop. Na veel kritiek op het duo die zichzelf ‘The Throne’ noemt, concludeert de media dat ‘Watch The Throne’ toch ‘een van de belangrijkste hiphop-albums is aller tijden.’ Het omschrijft dat we als muziekliefhebbers veel meer hadden verwacht van zo’n muzikale ontmoeting, maar dat we eigenlijk niet mogen klagen over het resultaat.

Wat journalisten hebben te melden over Lulu is een werelds klaagzang. Het is niet alleen dat, maar het is ook een goed excuus om deze legendes finaal af te zeiken omdat ze momenteel op hun zwakst zijn. Recensenten zeggen dat Lou Reed’s stem zwaar achteruit is gegaan: Muziek.nl schrijft dat het een pluspunt is dat Lou Reed praat op alle nummers, want als hij zou zingen dan kan het alleen maar slechter uitpakken. Ook over Metallica verschijnt het nodige commentaar: volgens Kindamuzik lijkt het net alsof Lou Reed zijn vocalen heeft opgenomen over een paar oude afgekeurde demo’s van Metallica. Elke recensent heeft genoeg grappige, dan wel overbodige opmerkingen over het vocale deel van Reed als het instrumentale deel van Metallica. Over een ding zijn ze het niet eens: welk nummer is het best?

Zowel Pitchfork (US) als Uncut (UK) praten lovend over het nummer “Junior Dad.” Pitchfork omschrijft “Junior Dad” als het enige onderdeel van het album dat melodieus, gearrangeerd en sterk afgewerkt is. Daar zeggen ze wel bij dat het nummer net als de rest van het album veels te lang duurt (19 minuten). Uncut vindt “Junior Dad” adembenemend en het perfecte einde voor een album als Lulu, een waar climax. De Engelse krant The Guardian is enkel en alleen te spreken over het nummer “Dragon”. De journalist, Phil Mongredien, vindt “Dragon” het enige nummer waar het muzikale talent van beiden partijen tot zijn goed recht komt. Muziek.nl vindt dat de nummers “Iced Honey” en “The View” de meest melodieuze en daarmee de beste zijn van het album. De meest negatieve recensie van de vijf, die van Kindamuzik, vertelt dat “Little Dog” een typische en goede Lou Reed-track is. Raar genoeg kan hieruit worden geconcludeerd dat vijf journalisten met vijf verschillende meningen toegeven dat ze vijf nummers eigenlijk wel zien zitten. Het album telt tien nummers en er zijn er vijf goed van: eigenlijk is de plaat niet eens zo slecht als we de gemiddelde recensent moeten geloven.

Het is niet raar dat de media en daarbij ook de fans iets groots verwachten als twee iconen samenkomen om een kunstwerk te maken. Het is ook niet raar als dit volledig mislukt. Het zou pas echt raar zijn als er een perfect project uit voortvloeit. Het enige dat ik weet is dat Word Magazine (UK) Lulu heeft uitgeroepen tot het slechtste album ooit, en daar hebben ze hun redenen voor. Als ik spreek uit ervaring kan ik eerlijk zeggen dat ik niet verder kom dan het eerste nummer van het album omdat het simpelweg niet is gemaakt voor mijn oren.

Heb je Lulu nog niet gehoord? Beluister hem gratis op hun website en beoordeel zelf.

Stoppen En Weer Doorgaan

Rocksterren die maar niet met pensioen willen gaan is een ernstige zaak. Ze weten maar niet van stoppen en gaan door met optreden totdat mensen spontaan de zaal uitlopen uit ergernis. Het doorzettingsvermogen van de muzikant kan zorgen voor de dood van een carrière of een icoon. Bob Dylan, je bent niet de enige.

Tijdens de Vietnamoorlog ontstond er een lichting protestzangers die zich hadden verspreid over de hele globe. In Nederland hadden we Boudewijn de Groot, in Amerika hadden ze Bob Dylan die geschiedenis schreef met ‘The Times They Are a-Changin’. Destijds was Dylan de stem van het volk en luchtte hij zijn hart in vele protestsongs.  Tegenwoordig staat dezelfde man dezelfde boodschap te verkondigen op de planken. Zijn oude liedjes zijn nietszeggend in deze moderne tijden en zijn performance helaas ook. Toch zijn er zat mensen die maar al te graag de legende willen aanschouwen in levende lijve, begrijpelijk.

Bob Dylan was ooit een held maar nu een krijsende oude man op een veels te groot podium. Zijn ‘Never Ending Tour’ is wereldwijd, in de grootste zalen voor de grootste fans. Fans leggen een fors bedrag neer voor een kaartje om de legende te zien en krijgen vervolgens een show die hun geld niet waard is. Sommige lopen zelfs halverwege de show de zaal uit en gaan depressief whiskey drinken in de foyer. Ook begrijpelijk.

Helaas is Dylan niet de enige rocklegende die de AOW ontloopt. Mick Jagger is er ook zo’n eentje. Hij stopte onlangs met the Rolling Stones en wou iets nieuws gaan doen. Hij ging de studio in met een paar collega’s die lang niet op zijn legendarische niveau zitten, met de hoop dat het ging werken. Het resultaat is de powerband ‘Superheavy’ met onder andere Damian Marley en Joss Stone. Je zou denken dat een ego zo groot als die van Jagger dominant zou zijn in zo’n muzikaal project, maar helaas. De enige dominant aanwezige muziek in dit project is de reggae-invloed van Damian Marley. Het album is totaal geen muzikaal orgasme maar eerder een Jamaicaanse orgie gedirigeerd door een bejaarde muzikant.

Toch levert het komische resultaten op, een muzikant die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden. Ook Lou Reed is een lachwekkend geval: hij maakte een plaat met Metallica. ‘Lulu’ was het resultaat. Een melange van een repeterende metalband uit een amuzikaal dorp waar een oude rollatorchauffeur bij rapt. De verwachting is hoog als je twee legendes in een ruimte zet, maar het resulteert in de meest rommelige composities ooit. Deze roestige combinatie gaat hoogstwaarschijnlijk ook een wereldtournee organiseren, de muziekliefhebber heeft nog nooit zo dichtbij de hel gewoond.

Naast deze drie mislukkelingen is er tenminste een enkele pionier die het wel begrijpt: David Bowie. In mijn essay over Bowie schrijf ik over zijn pensioen en dat hij op het juiste moment ermee is gestopt. Bowie maakte een wereldwijde hit met ‘Let’s Dance’ en de twee platen daarna flopten. Dat was voor hem het juiste signaal om te stoppen met muziek maken. Maar met performen stopte hij niet tot voor kort. David Bowie gaat nooit meer touren en dat is terecht. Hij is te oud ervoor en hij beseft het zich ook. Bowie is blijkbaar een van de weinigen die het begrijpt.

Ook kan touren fataal zijn voor sommigen, je moet niet eindeloos doorgaan met wereldwijd optreden als je er lichamelijk niet toe in staat bent. Het was fataal voor Solomon Burke die plotseling stierf aan boord van een vliegtuig. Hij was onderweg naar Nederland om te gaan optreden met de Dijk en dat werd hem blijkbaar te veel. Ook de Amerikaanse rapper Rick Ross kreeg onlangs twee aanvallen tijdens zijn tournee. De heren Ross en Burke lijden beiden aan obesitas en kennen blijkbaar hun eigen grens niet. Al lijdt je als artiest aan ouderdom of obesitas: je moet weten wanneer je moet stoppen en je moet je grens kunnen aangeven.

Misschien heeft het te maken met doorzettingsvermogen en een klein beetje trots bij musici, maar carrières bloeden dood of in het ergste geval de muzikant zelf. Een nieuw leven blazen in je carrière zoals Lou Reed en Mick Jagger hebben gedaan kan goed uitwerken maar voor deze twee hoogstaande zangers werkt het averechts. David Bowie is gestopt waar Bob Dylan is doorgegaan. Solomon Burke is gestorven waar Rick Ross het heeft overleefd. Muzikanten moet niet vergeten dat ze ook gewoon doodnormale mensen zijn en kritieke grenzen kennen.

Dylan, Jagger en Reed kunnen een wijze les leren van David Bowie. Ze mogen wat mij betreft met zijn allen tegelijk met pensioen gaan en genieten van hun bakken met geld. Je hoort mij niet klagen als ik ooit nog de kans krijg om ze live te zien, zolang ik maar niet getuige ben van hun dood.

Dit stuk is geschreven naar aanleiding van het artikel ‘Van ophouden weten’ door Lodewijk Dros in de Trouw.